AnTenne

In deze rubriek vangen we signalen op uit heden en verleden die ons kunnen verrijken en inspireren.

Wegdromen in de zomer

Het dagblad Trouw verraste de lezers deze zomer elke dinsdag met een grote kleurenfoto, die vanaf een toren was genomen. Fotograaf Lars van den Brink beklimt een kerktoren en gunt zich enige uren de tijd vanuit één punt de omgeving in beeld te brengen. Uit al die beelden wordt een foto gecomponeerd, die hij omschrijft als: “een samenvatting van de tijd die ik er ben”. Een paar uur wordt teruggebracht tot een moment.

In de krant van dinsdag 10 juli is de toren van het Friese dorp Terzool, ten zuiden van Leeuwarden, het uitzichtpunt. De toren van het uit de vijftiende eeuw stammende Vituskerkje staat op een verhoging, een terp. Nu is het een hervormde PKN- kerk, maar van origine moet ze rooms-katholiek zijn geweest. Vitus is volgens de overlevering een heilige uit Sicilië, uit de vierde eeuw na Christus. Vitus werd de schutspatroon van broederschappen (apothekers, bierbrouwers, herbergiers, wijnbouwers, enz.) en talrijke gilden. Verder werd de heilige aangeroepen bij ziekten die iets met zenuwaandoeningen te maken hadden (o. a. bij epilepsie).

Tersoal, op z’n Fries, telt nog geen vierhonderd inwoners. De tekst bij de foto, geschreven door Wim Boevink, vermeldt dat er geen winkels meer zijn en dat de kinderen een dorp verderop naar school moeten.


De kerk van Terzool (Foto: Jan Dijkstra)

Als lezer staat het je vrij je eigen gedachten te hebben bij het beeld dat de fotograaf voor de lezer in elkaar heeft gezet. Met de moderne computertechnieken is het niet zo moeilijk om van meerdere momenten één moment te maken. Je krijgt daardoor de indruk dat Terzool, ondanks het geringe inwoneraantal, een levendig dorp is. Op de foto zijn achttien personen afgebeeld. Het betreft: spelende kinderen; twee midden op de rijweg lopende jongedames waarvan één achter een buggy en de ander met een hond aan de lijn; fietsende en pratende ouderen en een jongeman die een vuilcontainer verplaatst. Wat vooral opvalt is de frisse kleur van het landschap. Het is volop zomer en het gras ligt er prima bij. In een brede sloot is de stand van het water op peil, dus hoog. Aan de sporen in het grasland is te zien dat er onlangs nog is gemaaid. Het maaisel lijkt te zijn afgevoerd naar een loopstal. In de verste verte valt namelijk geen koe te ontdekken.

Toen ik deze laatste zinnen typte droomde ik even weg. Op mijn netvlies kwamen andere beelden bovendrijven. Alle berichten en foto’s die de afgelopen weken in de kranten waren verschenen en de beelden die op de buis werden getoond hadden met droogte en tweeënvijftig zomerse dagen te maken. De waterstand van de rivieren daalde zienderogen, heide en bosgebieden werden vanwege het neerslagtekort brandgevaarlijk. Boeren moesten hun wintervoorraad aan veevoer aanspreken. De opbrengst aan aardappelen, groenten, fruit en mais zou tegenvallen. En de consument kon zijn borst natmaken: hij zou het effect van de droogte nog lang in de portemonnee voelen. De alarmerende berichten en foto’s, die in de pers verschenen en op de TV werden getoond, pasten niet bij het groene landschap van Terzool.

Dat gevoel kreeg ik ook bij foto’s – in het Weekblad voor Ouder-Amstel van woensdag 15 augustus – van de zes kerken die de gemeente Ouder-Amstel rijk is. Het groen van de bomen rond de Amstelkerk, de Urbanuskerken in Duivendrecht en in Ouder-Amstel en De Kleine Kerk springt in het oog. De Elim-kerk in Ouder-Amstel valt qua groen een beetje uit de toon. Door de foto van de toren van de voormalige gereformeerde kerk in Ouderkerk, met het karakteristieke zadeldak, dwaalden mijn gedachten even af naar Noord-Friesland en Groningen. Ik waande me in het noordelijk kustgebied, waar zadeldaktorens op een terpen tot monumenten in het landschap zijn verheven. Maar ik stond weer snel met beide benen op de grond dankzij het appartementencomplex dat gebouwd is op de plek aan de Amstel waar vroeger het kerkgebouw stond. Voor mijn gevoel past het niet.

Rond de kerken in Ouder-Amstel oogde het in de zomermaanden, net als rond Terzool, kleurig en fleurig. We verkeerden in de gelukkige omstandigheid is dat we in het lagere deel van Nederland wonen, waardoor schade die de bomen van het warme weer ondervinden niet direct leidt tot sterven op de stam. Voor de hogere zandgronden van de Veluwe en van Brabant is dat anders. Dat geldt ook voor het duingebied. In het begin van de zomer zat daar in de grond voldoende water van de neerslag, die in de winter en het voorjaar was gevallen. Maar op een gegeven moment raakt het op. Er is dan sprake van een neerslagtekort. Het heeft consequenties voor de groei van de bomen, die stagneert. De stagnatie verschilt van soort tot soort. Populieren zijn grootverbruikers van water, beuken kunnen met minder water toe. Struiken, die in het algemeen ondieper wortelen dan stevige bomen, houden als eerste op met groeien. Normaal groeien bomen en struiken van april/mei tot augustus/september. Dit jaar eindigde de groei al eind juli. Hier en daar zag je dat sommige bomen al (dode) bladeren lieten vallen. Door wateropname neemt de omvang van de boom toe. Zijn de weersomstandigheden gunstig, dan neemt de omvang van de boom iets meer toe dan in een droog jaar. De cellen die het water vanuit de bodem naar de kruin vervoeren, worden iets wijder. De jaarlijkse verschillen in groei zijn terug te zien in de jaarringen, zichtbaar wanneer een boom wordt omgezaagd. Jaarringen vormen een archief van het klimaat. Gelukkig hebben bomen in hun wortelstelsel voedselreserves waarmee ze een qua watervoorziening tegenvallend jaar kunnen opvangen.

Op fotoafstand mag de schade door droogte van de afgelopen zomer meevallen, maar als er vanaf juni detailopnamen van de kerktuin zouden zijn gemaakt, dan was het vroege beëindigen van het groeiseizoen goed te volgen geweest. Het eerste teken van droogte was te zien bij de in het voorjaar nog uitbundig bloeiende rododendrons. Ze lieten in juli hun bladeren hangen zodat werd voorkomen dat er bij warm weer teveel water verdampte. De verzengende hitte van tweeënvijftig zomerse dagen werd sommige Hortensia’s in augustus teveel. Zij hielden op met groeien

en de bladeren kregen herfstkleuren. Ook een deel van de bodembedekkers (Pachysandra terminalis) langs het tegelpad bij de ingang van de kerk begon kaalslag te vertonen. Het is wachten op volgend jaar om de werkelijke schade die onze kerktuin dit jaar door de droogte heeft opgelopen te kunnen vaststellen. Misschien valt het mee.
Dat de schade door de hitte zich niet hoeft te beperken tot het buitengebied van een kerk blijkt uit onderstaande foto.

De paaskaars in De Kleine Kerk staat gelukkig nog fier overeind. De klok echter is er niet zonder kleerscheuren vanaf gekomen: op het moment dat er geluid moest worden na de dienst ter gedachtenis van Luuk Boode ontspoorde het klokkentouw. Vermoedelijk was de staaldraadkabel door de zomerhitte uitgezet, waardoor deze bij het luiden van de klok van het wiel is gelopen. Gelukkig is het euvel, met behulp van mankracht en hoogwerker, verholpen vóór de gedachtenisdienst voor Jaap Booij.

Gedachtenisdiensten en de bijbehorende rituelen zoals het luiden van de kerkklok, zorgen ervoor dat wegdromen niet tot in het oneindige doorgaat. Ze bepalen je onverbiddelijk bij de gang der dingen, net zoals verregaande droogte dat doet.

Piet Cleveringa