AnTenne

In deze rubriek vangen we signalen op uit heden en verleden die ons kunnen verrijken en inspireren.

Overdenking zondag 15 maart 2020 (uitgezonden door studiodiemen.nl)
In de dienst van vanmorgen zou het derde schilderij getoond worden dat gemaakt is voor de veertigdagentijd, de voorbereidingstijd op Pasen. Omdat er nu tijdelijk geen kerkdiensten zijn, kunt u het niet zien, maar we zullen alle schilderijen uiteindelijk wel in de kerk hangen, zodat ze zichtbaar zijn als de diensten weer door kunnen gaan. Ook hopen we ze over enige tijd te kunnen afdrukken in het kerkblad, samen met de toelichtingen, en ook op de website van de kerk.

Dit jaar zijn de schilderijen gemaakt rond het thema ‘de zeven laatste woorden van Jezus aan het kruis’. Volgens de evangelisten heeft Jezus aan het kruis nog een aantal dingen gezegd. Zeven keer sprak hij een korte zin, sommige daarvan zijn psalmcitaten. We noemen deze uitspraken van Jezus: de zeven kruiswoorden. Zeven is een bijzonder getal. Het getal zeven staat in de Bijbel symbool voor de volheid en de volmaaktheid.

De zeven kruiswoorden staan niet allemaal in één evangelie. De evangelisten, Matteüs, Marcus, Lucas en Johannes vertellen op een eigen manier over de laatste uren van Jezus’ leven. Als je al de uitspraken van Jezus in de verschillende evangeliën bij elkaar optelt kom je op zeven kruiswoorden.

Voor deze zondag heeft Marga van de schildersgroep een schilderij gemaakt bij het derde kruiswoord, dat we vinden in het evangelie volgens Johannes.
Ik lees voor u het gedeelte rond dit kruiswoord, Johannes 19 vers 25 tot en met 27:

“Bij het kruis van Jezus stonden zijn moeder met haar zuster, Maria, de vrouw van Klopas, en Maria uit Magdala. Toen Jezus zijn moeder zag staan, en bij haar de leerling van wie hij veel hield, zei hij tegen zijn moeder: “Dat is uw zoon,’ en daarna tegen de leerling: ‘Dat is je moeder’. Vanaf dat moment nam die leerling haar bij zich in huis.”In het oud-Grieks waarin het nieuwe Testament geschreven is staat: ‘Vrouw dit is uw zoon’ en tegen de leerling van wie hij veel hield zegt Jezus: ‘ Dit is je moeder’.

In haar toelichting bij het schilderij heeft Marga hierover gezegd:
Doordat Jezus hier zijn moeder aanspreekt met ‘vrouw’ en niet met ‘moeder’, lijkt het alsof deze woorden veel algemener kunnen worden opgevat. In dit geval gaat het om een ouder – kind – relatie, los van het feit of de ander familie is of niet. einde citaat)

Zo wordt het een voorbeeld voor elke relatie waarin mensen elkaar tot steun kunnen zijn en elkaar op weg helpen in dit leven. We zijn op elkaars zorg aangewezen. Bij het lijden van Jezus zien we vooral voorbeelden van verdeeldheid: het verraad van Jezus, de verloochening van Jezus door Petrus, de andere leerlingen van Jezus die vluchten, haat en vijandschap tussen Romeinen en Judeeërs, schriftgeleerden die het niet eens zijn over hoe zij met Jezus moeten omgaan, en nog veel meer. Midden in die angstige en gewelddadige chaos denkt Jezus er toch aan om mensen met elkaar te verbinden. Maria en Johannes worden aan elkaars zorg toevertrouwd in een tijd dat er geen andere sociale zorg was dan wat mensen elkaar konden en wilden geven. Johannes wordt niet met name genoemd, maar als schrijver van het evangelie noemt hij zichzelf ‘de leerling die Jezus liefhad.

Het schilderij dat voor deze zondag is gemaakt bevat veel kleuren, met donkere en lichte schakeringen. De band tussen Maria en Johannes kan hun leven versterken, maar kan ook tot een last worden, als de zorg van de een voor de ander veel gaat vragen. En ook verder moeten ze het goed met elkaar kunnen vinden. Dat Jezus hen met elkaar wil verbinden vraagt om een keuze voor elkaar. Die keuze wordt van ons allen gevraagd: om te kiezen voor elkaar en niet alleen voor onszelf te leven.

Marga zegt in samenhang hiermee over haar schilderij:
Het kruis raakt bijna een hand aan van de mensen. Alsof op dat moment, als antwoord op het kruiswoord, de keus moet worden gemaakt: ‘Willen wij deze relatie aan gaan; met al haar kleuren?’

 Er is in onze tijd veel gezegd en geschreven over het individualisme dat kenmerkend zou zijn voor onze samenleving. Het is niet moeilijk om daar veel voorbeelden van te geven. Toch zijn er nog altijd heel veel mensen die naar elkaar omkijken en elkaar ondersteunen.

Bij alle angst en zorg die de verspreiding van het coronavirus veroorzaakt, zien we ook dat mensen solidair met elkaar kunnen zijn en dat velen eraan meewerken dat we als samenleving zo goed mogelijk uit deze crisis komen. Vreemd genoeg kunnen we elkaar nu het beste nabij zijn door afstand van elkaar te houden. Maar via telefoon of e-mail kunnen we proberen toch goed met elkaar verbonden te blijven.

De bijbel begint met de vaststelling dat het niet goed is als de mens alleen is. In de hof van Eden begint de verdeeldheid en raakt het eerste mensenpaar van elkaar vervreemd. Om dan toch weer met elkaar te gaan samenwerken, hoe moeilijk ook. Het is de weg van de mens, altijd tussen vervreemding en verbondenheid, tussen verdeeldheid en eenheid. Jezus, die wel de nieuwe Adam wordt genoemd, deed niet anders dan mensen dichter bij elkaar en bij God te brengen. Zo zorgt hij er in zijn laatste uur nog voor, dat Maria, Johannes, en zijn andere leerlingen niet alleen zullen blijven, maar met elkaar op weg kunnen gaan naar ware menselijkheid. Jezus brengt hen bij elkaar, als mensen die elkaar kunnen bijstaan en zo de samenleving kunnen vormen en onderhouden, door Jezus Christus onze Heer, Amen.

Overdenking zondag 22 maart (uitgezonden door Studiodiemen.nl)
In de diensten op de zondagen voor Pasen denken we in de kerk na over de weg die Jezus is gegaan. Hij bleef trouw aan de weg van de gerechtigheid en de liefde van God, zelfs toen hij tot de dood toe bedreigd werd. In de protestantse kerk van Diemen staan we dit jaar in het bijzonder stil bij de laatste woorden van Jezus aan het kruis. Daarmee gaf Jezus stem aan zijn lijden, maar ook aan zijn vertrouwen, op een manier waarin ieder mens zich zou kunnen herkennen.

Vandaag gaat het over het vierde kruiswoord:

“Mijn God, mijn God, waarom hebt U mij verlaten?”

Tiny Groot maakte hierbij een lied, dat we vandaag in de kerk zouden hebben gezongen, maar dat ik nu lees, met het bijbehorende refrein:

Wij gaan op reis langs de weg van verlangen.
Ga met ons mee langs de beelden van hoop.

Waarom toch Vader, hebt U mij verlaten
Waarom toch laat u mij nu in de steek?
Waarom toch moet ik alleen alles dragen?
Waar bent u nu, want ik voel mij alleen.

Wij gaan op reis langs de weg van verlangen.
Ga met ons mee langs de beelden van hoop.

“Mijn God, mijn God, waarom hebt U mij verlaten?” Dit is de eerste zin van psalm 22.

Jezus heeft met de psalmen geleefd en ze moeten voor hem tot een grote steun zijn geweest. Jezus heeft zichzelf herkend in de psalmen, en ook anderen hebben veel van Jezus’ ervaringen in de psalmen teruggelezen.

Een bijzonder voorbeeld daarvan is psalm 22, gemaakt door iemand die in grote moeilijkheden verkeerde. Als u niet zo met de Bijbelse taal vertrouwd bent, kunt u bedenken, dat dit een heel oud lied is, van enkele eeuwen voor onze jaartelling, in een tijd dat er in het gebied waar Israël woonde nog leeuwen waren, en vele andere bedreigingen. Maar ondanks de oude beelden die de dichter gebruikt, kunnen we er angst en wanhoop in herkennen van alle tijden.

Als we de psalm lezen, kunnen we er veel in herkennen over het lijden van Jezus. Op sommige momenten lijkt het bijna of de psalm van Jezus zelf is.

Verschillende gebeurtenissen en ervaringen rond de kruisiging van Jezus vinden we erin terug: de bespotting, het met spijkers doorboren van zijn handen en voeten, de dorst van Jezus, het verloten van zijn kleding, maar ook dat God uiteindelijk redding brengt.

Psalm 22 is eigenlijk een kyrie en een gloria: een gebed om hulp en een loflied op God.

Ik lees voor u nu eerst het kyrie-gedeelte van de psalm, waarvan u aansluitend een gezongen bewerking hoort. De tekst daarvan is van Lee Ann Vermeulen-Roberts, de muziek van Eelco Vos. Het bijzondere van deze muziek is dat deze gebaseerd is op de zestiende-eeuwse melodie van de psalm zoals die in het Liedboek van de kerk staat.

Psalm 22, 1 – 22a (Nieuwe Bijbelvertaling)

Mijn God, mijn God,
waarom hebt u mij verlaten?

U blijft ver weg en redt mij niet,
ook al schreeuw ik het uit.

‘Mijn God!’ roep ik
overdag, en u antwoordt niet,
’s nachts, en ik vind geen rust.

U bent de Heilige,
die op Israëls lofzangen troont.
Op u hebben onze voorouders vertrouwd;
zij hebben vertrouwd en u verloste hen,
tot u geroepen en zij ontkwamen,
op u vertrouwd en zij werden niet beschaamd.

Maar ik ben een worm en geen mens,
door iedereen versmaad, bij het volk veracht.
Allen die mij zien, bespotten mij,
ze schudden meewarig het hoofd:
‘Wend je tot de HEER! Laat hij je verlossen,
laat hij je bevrijden, hij houdt toch van je?’

U hebt mij uit de buik van mijn moeder gehaald,
mij aan haar borsten toevertrouwd,
bij mijn geboorte vingen uw handen mij op,
van de moederschoot af bent u mijn God.

Blijf dan niet ver van mij,
want de nood is nabij
en er is niemand die helpt.

Een troep stieren staat om mij heen,
buffels van Basan omsingelen mij,
roofzuchtige, brullende leeuwen
sperren hun muil naar mij open.

Als water ben ik uitgegoten,
mijn gebeente valt uiteen,
mijn hart is als was,
het smelt in mijn lijf.

Mijn kracht is droog als een potscherf,
mijn tong kleeft aan mijn gehemelte,
u legt mij neer in het stof van de dood.

Honden staan om mij heen,
een woeste bende sluit mij in,
zij hebben mijn handen en voeten doorboord.
Ik kan al mijn beenderen tellen.

Zij kijken vol leedvermaak toe,
verdelen mijn kleren onder elkaar
en werpen het lot om mijn mantel.

HEER, houd u niet ver van mij,
mijn sterkte, snel mij te hulp.
Bevrijd mijn ziel van het zwaard,
mijn leven uit de greep van die honden.
Red mij uit de muil van de leeuw,
bescherm mij tegen de horens van de wilde stier.

https://www.youtube.com/watch?v=_oGLwqGCnxw

Hieronder het tweede deel van de psalm, een loflied op Gods reddende kracht:

Psalm 22, 22b – 32

U geeft mij antwoord.
Ik zal uw naam bekendmaken,
u loven in de kring van mijn volk.
Loof hem, allen die de HEER vrezen,
breng hem eer, kinderen van Jakob,
wees beducht voor hem, volk van Israël.
Hij veracht de zwakke niet,
verafschuwt niet wie wordt vernederd,
hij wendt zijn blik niet van hem af,
maar hoort zijn hulpgeroep.
Van u komt mijn lofzang in de kring van het volk,
mijn geloften los ik in bij wie u vrezen.
De vernederden zullen eten en worden verzadigd.
Zij die hem zoeken, brengen lof aan de HEER.
Voor altijd mogen jullie leven!
Overal, tot aan de einden der aarde,
zal men de HEER gedenken en zich tot hem wenden.
Voor u zullen zich buigen
alle stammen en volken.
Want het koningschap is aan de HEER,
hij heerst over de volken.
Wie op aarde in overvloed leven,
zullen aanzitten en zich voor hem buigen.
Ook zullen voor hem knielen
wie in het graf zijn neergedaald,
wie hun leven niet konden behouden.
Een nieuw geslacht zal hem dienen
en aan de kinderen vertellen van de Heer;
aan het volk dat nog geboren moet worden
zal het van zijn gerechtigheid verhalen:
hij is een God van daden.

In de dienst van vanmorgen zou het vierde schilderij getoond worden dat gemaakt is voor de veertigdagentijd, de voorbereidingstijd van Pasen. Het schilderij, dat nu in een lege kerk hangt, is te zien op de website van de Protestantse Gemeente van Diemen, op de plaats waar anders de liturgie van de dienst staat afgedrukt. Dit jaar zijn de schilderijen gemaakt rond het thema ‘de zeven laatste woorden van Jezus aan het kruis’. Volgens de evangelisten heeft Jezus aan het kruis nog een aantal dingen gezegd. Zeven keer sprak hij een korte zin, sommige daarvan zijn psalmcitaten. We noemen deze uitspraken van Jezus: de zeven kruiswoorden.

De zeven kruiswoorden staan niet allemaal in één evangelie. De evangelisten, Matteüs, Marcus, Lucas en Johannes vertellen op een eigen manier over de laatste uren van Jezus’ leven. Als je al de uitspraken van Jezus in de verschillende evangeliën bij elkaar optelt kom je op zeven kruiswoorden.

Voor deze zondag heeft Nel van de schildersgroep een schilderij gemaakt bij het vierde kruiswoord, dat we vinden in het evangelie volgens Matteüs: “Mijn God, mijn God, waarom hebt U mij verlaten?”, de eerste zin van psalm 22.

Hieronder vindt u het tekstgedeelte rond dit kruiswoord, Matteüs 27, 45 – 54.
Evangelielezing: Matteüs 27, 45 – 54
Rond het middaguur viel er duisternis over het hele land, die drie uur aanhield. Aan het einde daarvan, in het negende uur, gaf Jezus een schreeuw en riep luid: ‘Eli, Eli, lema sabachtani?’ Dat wil zeggen: ‘Mijn God, mijn God, waarom hebt u mij verlaten?’ Toen de omstanders dat hoorden, zeiden enkelen van hen: ‘Hij roept om Elia!’ Meteen kwam er uit hun midden iemand toegesneld die een spons pakte en in zure wijn doopte. Hij stak de spons op een stok en probeerde hem te laten drinken. De anderen zeiden: ‘Niet doen, laten we eens kijken of Elia hem komt redden.’ Nog eens schreeuwde Jezus het uit, toen gaf hij de geest.

https://www.youtube.com/watch?v=vTfhuYkavCE

Het is natuurlijk niet gemakkelijk om iets over een schilderij te zeggen dat u niet kunt zien, maar ik hoop dat u het nu wel kunt zien, op de website van de protestantse kerk van Diemen. Als u het niet kunt zien, doe ik een beroep op uw fantasie, zodat u zich het schilderij op uw eigen manier kunt voorstellen.

Op de voorgrond een bergplateau, daarachter een ravijn, en daarachter een berglandschap. Alles is dor en droog. Op de voorgrond staat iemand, we zien hem of haar op de rug, de handen uitgestrekt naar de hemel. Die hemel, boven in het schilderij, is vol grijze wolken, maar er is ook een schijnsel als van de zon, met daarin een oog dat in de richting van de mens kijkt, en in de richting van ons die het schilderij bekijken en die als het ware meekijken met de persoon in het schilderij.
In de mens op de voorgrond kunnen we de psalmdichter zien die om hulp roept én Jezus die deze psalmtekst heeft uitgeroepen. Die mens kan voor iedereen staan die zich verlaten voelt en de wanhoop nabij is. Het licht en het oog in de wolken kunnen we zien als een antwoord op de uitroep van verlatenheid. God is er toch en ziet ons.
Maar wat ik zo mooi en tegelijk pijnlijk vindt aan het schilderij, is dat als je goed kijkt, je ziet dat de stralen van het licht de mens op de voorgrond niet bereiken. Ze lijken ergens ver weg in het landschap te verdwijnen. Alsof het schilderij zegt: God is er wel, maar niet voor mij, niet op dit moment. Door het zo te schilderen heeft de schilder de ervaring van mensen dat zij er helemaal alleen voor staan en God niet meer kunnen ervaren, serieus genomen. Hier geen gemakkelijk en te snel gegeven antwoord: bid maar tot God, dan komt het wel goed. Tegelijk hoop je als kijker, dat de stralen langzaam over het landschap zullen glijden, en uiteindelijk de mens zullen bereiken.

Zonder afbreuk te doen aan de verlatenheid die Jezus voelt, is er in dit kruiswoord toch vertrouwen te vinden in de terugkeer van het licht van God. Bij de uitroep van Jezus moeten we namelijk de hele psalm denken. Het vermelden van de eerste regel was in die tijd genoeg om bij de lezer de hele psalm op te roepen; de eerste christenen waren immers bijna allemaal joods en dus bekend met de psalmen. Dat betekent dat we ook aan de bevrijding door God moeten denken die in het tweede deel van de psalm bezongen wordt.

Dat maakt Matteüs op nog een andere manier duidelijk: Jezus’ uitroep vindt plaats aan het einde van een periode van drie uur duisternis, midden op de dag. Als Jezus roept om zijn God, wordt het weer licht. Er komt dus een antwoord, net als in de psalm. Een antwoord dat vooruitwijst naar Pasen.

De ervaring van verlatenheid kan ons door allerlei omstandigheden overkomen. Dat we door iedereen in de steek gelaten zijn, dat we niets meer voelen als we God zeggen, dat we al ons vertrouwen kwijt zijn en geen vaste grond onder onze voeten meer hebben. We kunnen het lijden van Jezus en zoveel ander lijden in de wereld niet 1 op 1 vergelijken met de crisis waarin onze samenleving nu verkeert. Maar ook in deze situatie zouden we kunnen spreken van een gevoel van verlatenheid. Veel van wat zeker en vertrouwd en veilig leek, is dat niet meer. Er is angst en onzekerheid. Maar bij al die donkere wolken, zien we soms licht doorbreken: bijvoorbeeld in de inspanningen van velen die zich inzetten voor wie ernstig ziek zijn, in de inspanningen van wetenschappers en politici om deze crisis zo goed mogelijk het hoofd te bieden. Daarnaast zien we veel voorbeelden van onderlinge hulp, solidariteit, en creatieve oplossingen om met elkaar verbonden te blijven, ondanks de afstand die we nu van elkaar moeten bewaren. Laten we hopen dat die sporen van licht alleen maar sterker worden en ons allemaal zullen bereiken, en laten we hopen dat we dat licht zelf kunnen dragen en verdelen, in vele kleuren.

Nikolaj Rimsky-Korsakov: het Onze Vader (Russisch-orthodox):

https://www.youtube.com/watch?v=KgFyokgV1Ls

Liturgie en teksten van de radiodienst van 29 maart (door een storing niet uitgezonden)

Opening
Beste luisteraars, hartelijk welkom bij deze internetdienst van de Protestantse Gemeente van Diemen. In de kerk wensen we aan het begin van de dienst elkaar de vrede van God toe, en dat is wat ik ú nu ook toewens.

Omdat de diensten in de kerk voorlopig geen doorgang kunnen vinden, proberen we elke zondag een radiodienst samen te stellen, met gebeden, muziek en een overweging. Intussen zijn er ook luisteraars bij gekomen: omdat ook De Kleine Kerk van Duivendrecht tijdelijk gesloten is, wordt ook vanuit die gemeente meegeluisterd: hartelijk welkom! En zoals altijd is natuurlijk elke luisteraar welkom bij deze uitzending; we hopen dat u er iets aan heeft!

Bij de keuze van de muziek proberen we verschillende kerkelijke tradities aan bod te laten komen zoals de protestantse en rooms-katholieke, en ook verschillende genres, van gospel en pop tot klassiek. U zult misschien niet alles mooi vinden, maar wat u niet mooi vindt, vindt een ander wel weer mooi.

U hoort straks eerst een kyrie eleison van Michael Haydn. Kyrie eleison betekent: Heer ontferm U, en met dat gebed willen we deze dienst openen. Michael Haydn was de jongere broer van de meer bekende Joseph Haydn. Beide leefden rond de tweede helft van de 18e eeuw. Van Joseph Haydn hoort u later in de uitzending, na de overweging, een deel uit muziek bij de Zeven laatste woorden van Jezus aan het kruis’.

Op de zondagen voor Pasen denken we in de kerk na over de weg die Jezus is gegaan. Hij bleef trouw aan de weg van de gerechtigheid en de liefde van God, zelfs toen hij tot de dood toe bedreigd werd.

In de protestantse kerk van Diemen staan we dit jaar in het bijzonder stil bij de laatste woorden die van Jezus aan het kruis. Daarmee gaf Jezus stem aan zijn lijden, maar ook aan zijn vertrouwen, op een manier waarin ieder mens zich zou kunnen herkennen.

Vandaag gaat het over het vijfde kruiswoord:

“Ik heb dorst”

Daarover later meer, maar nu eerst het ‘Kyrie elesion’ van Michael Haydn:

https://www.youtube.com/watch?v=S6ARpJaDmco

Begintekst en psalm

Tiny Groot maakte bij de zeven kruiswoorden een lied voor in de kerk. Ik lees het couplet dat bij het kruiswoord van vandaag hoort, samen met het refrein:

Wij gaan op reis langs de weg van verlangen.
Ga met ons mee langs de beelden van hoop.

Toen Jezus nog eenmaal wilde getuigen
reikte men hem iets ter lafenis aan.
Zovelen heeft hij het water gegeven
dat levend maakt en ons allen vernieuwt.

‘Water’ is ook het thema van psalm 42. Verlangen naar water staat in deze psalm voor het verlangen naar het woord en de Geest van God.

We horen straks een bewerking van deze psalm, ‘Als een hert dat verlangt naar water’ uitgevoerd door de Nederland Zingt Vocal Group’ , een opname uit de Hooglandse Kerk te Leiden.

Daarna hoort u het vierde hoofdstuk uit het Johannes-evangelie, vers 1 tot en met 15, gelezen door Esther Nolte van De Kleine Kerk in Duivendrecht.

Aansluitend hoort u de tekst rond het vijfde kruiswoord uit Johannes 19, vers 28, in het Latijn gezongen, muziek van Charles Gounod. De Nederlandse vertaling daarvan is: “Toen Jezus wist dat alles was volbracht, en om de Schrift geheel in vervulling te laten gaan, zei hij: “Ik heb dorst”.

https://www.youtube.com/watch?v=PTk-PV6dSSY

Evangelielezing: Johannes 4, 1 – 15

1Toen Jezus hoorde dat aan de farizeeën verteld werd dat hij meer leerlingenmaakte en er ook meer doopte dan Johannes 2– Jezus doopte overigens niet zelf, zijn leerlingen deden dat –, 3verliet hij Judea en ging weer naar Galilea. 4Daarvoor moest hij door Samaria heen. 5Zo kwam hij bij de Samaritaanse stad Sichar, dicht bij het stuk grond dat Jakob aan zijn zoon Jozef gegeven had, 6waar de Jakobsbron is. Jezus was vermoeid van de reis en ging bij de bron zitten; het was rond het middaguur. 7Toen kwam er een Samaritaanse vrouw water putten. Jezus zei tegen haar: ‘Geef mij wat te drinken.’ 8Zijn leerlingen waren namelijk naar de stad gegaan om eten te kopen. 9De vrouw antwoordde: ‘Hoe kunt u, als Jood, mij om drinken vragen? Ik ben immers een Samaritaanse!’ Joden gaan namelijk niet met Samaritanen om. 10Jezus zei tegen haar: ‘Als u wist wat God wil geven, en wie het is die u om water vraagt, zou u hém erom vragen en dan zou hij u levend water geven.’ 11‘Maar heer,’ zei de vrouw, ‘u hebt geen emmer, en de putis diep – waar wilt u dan levend water vandaan halen? 12U kunt toch niet meer dan Jakob, onze voorvader? Hij heeft ons die put gegeven en er zelf nog uit gedronken, en ook zijn zonen en zijn vee.’ 13‘Iedereen die dit water drinkt zal weer dorst krijgen,’ zei Jezus, 14‘maar wie het water drinkt dat ik hem geef, zal nooit meer dorst krijgen. Het water dat ik geef, zal in hem een bron worden waaruit water opwelt dat eeuwig leven geeft.’ 15‘Geef mij dat water, heer,’ zei de vrouw, ‘dan zal ik geen dorst meer hebben en hoef ik ook niet meer hierheen te komen om water te putten.’

Evangelielezing Johannes 19, 28:

“Toen Jezus wist dat alles was volbracht, en om de Schrift geheel in vervulling te laten gaan, zei hij: “Ik heb dorst”.

https://www.youtube.com/watch?v=fSt78LjuEuw

Overweging

Het schilderij dat voor deze zondag gemaakt is door Ans van de schildersgroep maakt het kruiswoord van Jezus heel actueel. U kunt dit schilderij zien op de website van de protestantste gemeente te Diemen door op de link te klikken die op de eerste pagina van die website staat. Als u geen internet heeft kunt u zich het schilderij in uw eigen fantasie voorstellen aan de hand van mijn beschrijving. Daarbij gebruik ik de toelichting die Ans zelf bij dit schilderij heeft gegeven:

Ans heeft twee personen geschilderd in een druppel water, een man en zijn dochter, zij vluchten met een tas kleding en de dochter heeft haar laatste redmiddel, haar knuffelbeer meegenomen. Het landschap is droog; onder in het schilderij zien we verdorde planten. De vluchtelingen proberen te ontkomen aan die droogte, de druppel waarin ze zijn geschilderd verbeeldt hun verlangen naar water en naar leven.
Hoe zijn ze in die droogte terechtgekomen? Ze hebben een vlag bij zich met daarop de tekst ‘Vluchtelingenwerk Nederland’. Mogelijk hebben ze hun dorp moeten ontvluchten vanwege bombardementen, en zijn ze in de buurt van een vluchtelingenkamp in een woestijn. Deze man en dochter zijn alles kwijt: hun huis en hun familieleden, maar door geweld dat hen is aangedaan. Ze hebben dorst. De man heeft zijn handen opgeheven naar boven en in zijn hand houdt hij een fles vast, waar nog de laatste druppel uitvalt. Hij kijkt naar de hemel en roept uit: ”Ik heb dorst!”

Ook van Jezus wordt verteld dat hij door geweld lijdt en dat hij alles kwijtraakt;
ook hij roept aan het kruis: “Ik heb dorst”. De evangelist Johannes vertelt dat enkele soldaten een spons dopen in een mengsel van water en zijn, en daarmee Jezus dorst proberen te lessen. Dat geeft Jezus de kracht om uit te roepen: “Het is volbracht”, het kruiswoord waar we volgende week bij willen stilstaan. Met dat woord komt ook Pasen in zicht.

“Ik heb dorst” verwijst naar een regel uit psalm 69:

“Ze (mengden gif door mijn eten
en) lesten mijn dorst met azijn.”

Ook kunnen we denken aan psalm 22,16b: “mijn tong kleeft aan mijn gehemelte”

In het Johannes-evangelie heeft Jezus één keer eerder om water gevraagd.

In Johannes 4 wordt verteld dat Jezus op weg is van Judea, het gebied rondom Jeruzalem, naar Galilea, en daarbij komt door het gebied van de Samaritanen. Samaritanen en Judeeërs konden het slecht met elkaar vinden. Beide bevolkingsgroepen zagen zichzelf als de ware vertegenwoordigers van het volk Israël en weigerden de ander te respecteren.

Onderweg door het Samaritaanse gebied raakt Jezus vermoeid en probeert uit te rusten bij een waterput even buiten een dorp. Aan een Samaritaanse vrouw die daar water komt putten vraagt Jezus om water. Zij is daarover erg verbaasd, want het is haar duidelijk dat Jezus uit Judea komt, en begrijpt niet dat een Judeeër haar met respect zou kunnen behandelen. Dat zij een vrouw is, maakt het voor haar misschien nog vreemder; als de leerlingen van Jezus, die in het dorp eten aan het kopen waren, er later bij komen, vinden ze het duidelijk ongepast dat Jezus met een vrouw spreekt. Jezus raakt in gesprek met de vrouw, en begint met haar te spreken over levend water. Het woord dat Jezus gebruikt kan twee dingen betekenen: ‘water dat levend maakt’, maar ook ‘stromend water’. De vrouw hoort het in die laatste betekenis, en omdat ze het water uit een waterput als stilstaand water ziet, begrijpt ze niet waar Jezus het over heeft. Als Jezus dan ook nog zegt dat ze door het levend water dat hij haar kan geven nooit meer dorst zou hebben, kan ze Jezus al helemaal niet meer serieus nemen.

Of toch wel?

Hoe moeten we haar vraag lezen: “Geef mij dat water, Heer, dan zal ik geen dorst meer hebben en hoef ik ook niet meer hierheen te komen om water te putten.” We kunnen aan de tekst niet zien hoe ze dat heeft uitgesproken: spottend, afhoudend, of als een vraag om hulp, een gebed misschien? We hebben niet verder gelezen, maar vanaf hier zal het gesprek een andere wending nemen, en gaat de vrouw begrijpen wat Jezus bedoelt. Hij heeft het over levend water, als beeld van de Geest van God die ons bestaan levend kan maken. Daarna herhaalt het misverstand zich in het gesprek dat Jezus met de teruggekeerde leerlingen heeft. Dan gaat het over voedsel. Zij denken dan aan het voedsel wat ze net gekocht hebben, maar Jezus heeft het over het woord van God.

Het is kenmerkend voor het Johannes-evangelie dat de schrijver het aardse en hemelse, het menselijke en het goddelijke, het materiële en het geestelijke, het letterlijke en het figuurlijke, steeds naast elkaar zet. Soms ook tegenover elkaar, als het om goed en kwaad gaat, of over donker en licht.

In dit geval ligt de geestelijke betekenis van water in het verlengde van de materiële betekenis. Een mens heeft echt water nodig om lichamelijk te kunnen bestaan. Jezus is echt vermoeid aan het begin van het verhaal en wil letterlijk water drinken. Maar daarna en daarnaast is er ook het levend water, als beeld van de Geest van God. Dat is een geest van liefde, een woord dat Johannes ook vaak gebruikt: God is liefde volgens Johannes. Die geestelijke betekenis moeten we niet losmaken van de letterlijke: de liefde van God kan ons bijvoorbeeld helpen om het water in deze wereld eerlijk te delen.

Ook het kruiswoord van Jezus dat Johannes ons doorgeeft kunnen we zowel letterlijk als figuurlijk lezen, lichamelijk en geestelijk. Jezus heeft echt dorst. En krijgt ook echt iets te drinken van een Romeins soldaat die blijkbaar iets van medelijden voelde. Maar Johannes zal ook gedacht hebben aan het levende water waarvan Jezus eerder sprak met de Samaritaanse vrouw. Jezus verlangt nu zelf naar dit water. Hij verlangt ernaar zich toe te vertrouwen aan de geest van God. Johannes zag Jezus als iemand die het hemelse met het aardse verbond en verzoende. Van zijn leerlingen en volgelingen wordt gevraagd dat ook te proberen. De Samaritaanse vrouw wordt dan ook als een volwaardig leerling van Jezus beschreven.

Wat betekent die verbinding van het hemelse met het aardse voor ons in de praktijk van ons leven?

In tijden van crisis, zoals de tijd waarin we nu leven, betekent het dat we juist vanuit het geloof in het hemelse alle aandacht moeten hebben voor het aardse. Dat we nuchter, en met gebruik van ons verstand, de crisis het hoofd proberen te bieden. Dat we niet denken dat we onkwetsbaar zijn, om welke reden dan ook. De liefde van God vraagt ons om met elkaar in verbinding te blijven en ervoor elkaar te zijn. In het Matteüs-evangelie zegt Jezus het ongeveer zo: “Wie een ander te drinken heeft gegeven, heeft mij te drinken gegeven.”

Juist wie gelooft in het hemelse zet zich in voor het aardse. Met heel ons hart en heel ons verstand.

In verbondenheid leven met het hemelse, met de Geest van God, met het levende water, met de liefde van God – hoe wat ook maar willen omschrijven – betekent dat, dat we ons ook wereldwijd met anderen verbonden weten en vanuit die verbondenheid willen leven. Dat we de andere problemen van de wereld niet vergeten, en evenmin de vluchtelingen, aan wie Ans ons met haar schilderij herinnert. Vluchtelingen die na alles wat ze hebben doorgemaakt nu ook door dit virus bedreigd worden…

Verlangen naar water betekent: zorg voor het aardse leven én hoop op een wereld waarin het rechtvaardig toegaat en mensen kunnen leven in vrede. Met de woorden van Jezus uit de Bergrede: “Zalig die hongeren en dorsten naar gerechtigheid.” Amen.

– – – – – – –

U kunt nu luisteren naar het het vijfde deel uit ‘De Zeven laatste woorden van Jezus aan het kruis’ van Joseph Haydn, “Ik heb dorst”, gespeeld door Jos van Immerseel op een forte-piano.

Haydn schreef deze muziek om gespeeld te worden in een dienst waarin alle kruiswoorden gelezen werden en gevolgd door een overdenking door een bisschop. De bisschop was er erg tevreden over en stuurde Haydn als beloning een chocoladetaart gevuld met goudstukken. En nog steeds raken mensen onder de indruk van deze bijzondere muziek.

De thema’s van de muziek volgen het aantal lettergepen en het ritme van de Latijnse vertaling van elk kruiswoord.

In de muziek horen we verdriet, klagen, verzet, maar ook overgave en vrede. Het deel over het kruiswoord ‘Ik heb dorst’ begint met een imitatie van waterdruppels, die door het hele deel blijven terugkomen. Het is bijzonder hoe Haydn met weinig middelen heel veel gevoelens kon uitdrukken. De bisschop had een orkest tot zijn beschikking, maar voor in de huiskamer, en daar bent u nu waarschijnlijk, maakte Haydn een versie voor piano. Die gaat u nu horen, en daarna sluit ik af met een gebed, het Onze Vader en een zegen.

https://www.youtube.com/watch?v=6zwYTHK5JoQ

Voorbeden

Heer onze God,

Wij bidden u voor de vluchtelingen in deze wereld: dat zij niet vergeten worden.
Wij bidden voor allen die hongeren en dorsten naar gerechtigheid.

Wil met ons verbonden blijven door uw Geest,
en help ons om met elkaar verboden te blijven door de kracht van uw liefde.
Geef ons in deze moeilijke tijd geduld en wijsheid
om met elkaar om te gaan,
en maak ons vindingrijk,
zodat we manieren vinden om elkaar te bereiken en te steunen.

Wees in het bijzonder bij allen die vooraan staan
in het helpen van de mensen die ziek zijn,
en met allen die door hun werk extra risico lopen.

Wij bidden om kracht en genezing voor hen die ziek zijn, voor hen die pijn lijden, voor hen die het benauwd hebben en angstig zijn. Wees hen en hun familie nabij.

Wij bidden vanwege hen die gestorven zijn als gevolg van ziekte, wees hun nabestaanden nabij met uw Geest.

Maak ons waakzaam en zorgvuldig,
maar behoed ons voor angst en paniek.

Draag ons en leid ons op onze weg,
in geloof, hoop en liefde,
door Jezus Christus onze Heer, die ons heeft leren bidden:

Onze Vader

Onze Vader, die in de hemel zijt,
Uw naam worde geheiligd,
Uw koninkrijk kome,
Uw wil geschiede,
gelijk in de hemel, alzo ook op aarde.
Geef ons heden ons dagelijks brood,
en vergeef ons onze schulden,
gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren,
en leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze.
Want van U is het koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid
tot in eeuwigheid.
Amen.

De zegen van Sint Patrick

De Heer is voor u,
om u de juiste weg te wijzen;
de Heer is achter u,
om u te bewaren voor het kwaad;
de Heer is naast u,
om u in de armen te sluiten
en u te beschermen tegen gevaar;
de Heer is onder u,
om u op te vangen wanneer u dreigt te vallen;
de Heer is in u,
om u te troosten wanneer u verdriet heeft;
de Heer omgeeft u als een beschermende muur,
wanneer anderen over u heen vallen;
de Heer is boven u
om u te zegenen.

De Heer zal bij u zijn:
vandaag, morgen en tot in eeuwigheid.
Amen.